Autonomie – over Rawls, rechtvaardigheid en de gemeenteraadsverkiezingen
Jair Schalkwijk
Bij de aankomende gemeenteraadsverkiezingen in 2010 mag iedereen die 18 jaar of ouder is, die in een gemeente woont én daar ook ingeschreven is, een stem uitbrengen voor de gemeenteraad van haar stad (Artikel B3 van de Kieswet). In 2006 kregen 11,8 miljoen mensen een stemkaart, en daarvan ging 58,2% stemmen (Artikel CBS). Dat komt neer op 6,5 miljoen stemmen. Wanneer de aantallen in 2010 ongeveer gelijk zijn, betekent dat dat op de totale Nederlandse bevolking van 16,5 miljoen er ongeveer 40% een stem heeft uitgebracht. Nederland is daarom niet een democratie waarin de meerderheid van het volk beslist, maar een democratie waarin de minderheid van het volk regeert!
Natuurlijk is dit een flauwe stelling, want kinderen en gekken mogen helemaal niet stemmen en die kunnen daarom niet meegenomen worden in deze rekensom. Desondanks is het interessant om na te denken over deze vraag: waarom is het erg als er weinig mensen stemmen? Een mogelijk antwoord op deze vraag kan gevonden worden in het boek ‘A theory of justice’ van John Rawls. Ik wil daarom eerst de rode draad van dit boek schetsen, waarbij ik toewerk naar de rol van autonomie in dit boek, alvorens een antwoord op deze vraag te geven. Lees mee!
De Amerikaan John Rawls (1921-2002) wordt beschouwd als de grondlegger van het politieke liberalisme in de 20e eeuw. Alles wat hij schreef gedurende zijn leven, was gecentreerd rondom één thema: wat is rechtvaardigheid? En daaraan verbond hij vragen zoals: wat is de rechtvaardiging van rechtvaardigheid? En: hoe bereiken we rechtvaardigheid?
De vraag naar wat rechtvaardigheid is, kan verkleind worden door je af te vragen wat er nu precies rechtvaardig moet zijn. Voor Rawls zijn de instituties van de samenleving het onderwerp van rechtvaardigheid (ToJ, p. 7). De reden hiervoor is dat de instituties de middelen verdelen over alle leden van de samenleving en daarmee heel bepalend zijn voor de kansen die je als mens hebt in je leven. Dit klinkt abstract, dus laten we eens kijken naar wat Rawls hier concreet mee bedoelt. Je moet hierbij vooral denken aan de basisstructuur van de samenleving, dus aan dingen zoals het recht, de wijze van openbaar bestuur, het kunnen bezitten van eigendom, de wijze waarop belasting wordt geïnd en verdeeld, de mogelijkheid om posities van macht binnen de instituties te bekleden, etc. Maar denk ook aan scholing, openbaar vervoer en rioleringswerken: dit zijn allemaal instituties die middelen verdelen. Aan welke principes zouden de instituties moeten voldoen, willen zij rechtvaardig zijn? Rawls formuleert twee beginselen van rechtvaardigheid. Het eerste beginsel is dat iedereen gelijke vrijheidsrechten heeft. Dit is een typisch liberaal beginsel, dat teruggrijpt op de geschiedenis van het 18e eeuwse liberalisme van John Locke. Het tweede beginsel is, kort gezegd, dat sociale en economische ongelijkheid in orde is, voorzover de ongelijkheid ten bate komt van de minst bedeelden in de samenleving. Dit tweede beginsel is een egalitaristisch beginsel: de instituties moeten iedere burger gelijke vrijheidsrechten geven, maar de mensen die het niet kunnen bolwerken hebben een reparatierecht op de mensen die het wel goed hebben.
Waarom juist deze twee beginselen? Rawls stelt dat als mensen zouden afzien van hun belangen en vervolgens redelijk zouden nadenken over hoe de instituties eruit moeten zien, ze tot deze twee beginselen komen omdat mensen de vrijheid willen om hun leven zo in te richten zoals zij dat zelf willen. Jammer genoeg is het niet mogelijk voor mensen om hun eigen belangen, wensen en voorkeuren weg te denken. Daarom voert Rawls een (denkbeeldig) gedachtenexperiment met ze uit. Hij laat mensen plaatsnemen achter een (denkbeeldige) ‘sluier van onwetendheid’ (ToJ, p. 136 e.v.). Stel, zegt hij, dat je niet weet wat je positie in de samenleving is, en dat je niet weet wat je leven betekenis geeft: je weet niet of je man of vrouw, homo of atheïst, katholiek of nazi bent. Doe daar helemaal afstand van, en vraag jezelf dan af: als zometeen de sluier van onwetendheid wordt opgelicht, hoe wil ik dan dat de samenleving eruit ziet? Volgens Rawls komen redelijke mensen vanzelfsprekend tot zijn twee beginselen van rechtvaardigheid, omdat mensen zichzelf serieus nemen (ToJ, p 206-207). Mensen nemen zichzelf serieus in het opzicht dat zij hun eigen ideeën over wat goed is tot de leidraad van hun leven willen en kunnen maken.
Het lijkt een gemeenplaats, maar het is een interessante gedachte. Allereerst, als je jezelf serieus neemt, dan volgt daaruit dat je ook de vrijheid moet krijgen om jezelf te ontwikkelen zoals je goed acht. Iedereen neemt zichzelf serieus, want iedereen heeft een idee over wat goed is. Sommigen ontlenen dat idee aan hun culturele achtergrond, anderen ontlenen dat aan hun geloofsgemeenschap, en weer anderen vormen een idee van het goede op basis van wat ze om zich heen en op televisie zien. De crux is dat als je zelf de ruimte wil om je eigen idee van het goede na te streven, dat je anderen dan ook die ruimte moet geven. Wie vrijheid wil, moet vrijheid delen. Dat is een andere manier om te zeggen dat mensen gelijkwaardig zijn. We zijn, volgens de theorie van Rawls, gelijkwaardig in het opzicht dat we autonome mensen zijn, dan wel autonome mensen willen zijn. Autonomie komt van αυτος νομος en betekent ‘eigen wet’. Ofwel, mensen onderwerpen zich aan hun eigen wetten en niet aan de wetten van de ander.
‘A theory of justice’ gaat over vrijheid en gelijkheid, maar duidelijk ook over macht en over de legitimatie van macht. Er zit namelijk spanning tussen de autonome burger die zich slechts onderwerpt aan zichzelf enerzijds, en de institutie die erop gericht is om orde te scheppen en macht uit te oefenen over deze autonome burgers. Rawls ontzenuwt deze spanning. Immers, zegt hij, achter de sluier van onwetendheid komen redelijke burgers juist tot deze twee beginselen van rechtvaardigheid. De beginselen van rechtvaardigheid vormen de leidraad voor het opstellen van een grondwet en andere wetten, en op basis van die wetten nemen ambtenaren besluiten die macht uitoefenen over de burgers (ToJ, p. 195 e.v.). Maar deze macht wordt gereguleerd door de beginselen van rechtvaardigheid, die voortkomen uit het eigen rechtvaardigheidsgevoel van de burger. Het gevolg hiervan is dat mensen in wezen gehoorzamen aan een macht, die gestoeld is op beginselen die voortkomen uit het rechtvaardigheidsgevoel van de burgers. Oftewel de burger gehoorzaamt aan zijn eigen redelijkheid! De burger blijft daarom, ondanks dat hij wordt geregeerd, autonoom.
Nu dit kader helder, kunnen we het toepassen op de gemeenteraadsverkiezingen en de hoofdvraag beantwoorden: is het problematisch als er weinig mensen stemmen? Het antwoord is een genuanceerd ‘ja’ met een uitroepteken. Ja!, het is erg als mensen niet stemmen, als zij niet stemmen om de volgende redenen: als zij geen zicht meer hebben op de macht waaraan ze zich onderwerpen, als mensen geen idee hebben van de politiek, als zij zich er niet voor interesseren, of nog erger: als zij het gevoel hebben dat ze ‘er’ toch niets aan kunnen doen. Dat is problematisch, omdat de vrijwillige onderwerping aan een macht die spoort met de eigen rechtvaardigheidsgevoelens een belangrijke morele voorwaarde is voor het behoud van autonomie. Dat is een conclusie die volgt uit het werk van Rawls. Wanneer je dat niet doet is er namelijk sprake van heteronomie, van macht door een ander. Een liberale democratische samenleving die waarde hecht aan autonomie heeft daarom een welbepaald belang bij verkiezingen. Wanneer, en dit is een conclusie die niet is gebaseerd op het werk van Rawls, mensen zich niet expliciet onderwerpen aan degene die macht over haar uitoefent, kan dat leiden tot gevoelens van machteloosheid, en het gevoel niet vertegenwoordigd te worden. En daarmee bevinden we ons plotseling weer midden in het politieke debat dat in Nederland gevoerd wordt.
Versie van ‘A theory of justice’ waarnaar verwezen wordt is de originele uitgave van Harvard University Press, 1971. Ook kan gekeken worden in de herdruk uit 1999 van dezelfde uitgever, mits de ‘originial edition’ wordt gebruikt.















